Communicatie bij conflicten  "Van verleden naar toekomst"

 

Verleden

Toekomst

1. datgene vat niet kan en zal werken

datgene wat kan en zou kunnen werken

2. vastzitten, statisch, onveranderlijk

beweeglijker, dynamisch, veranderbaar

3. focus op probleem, meer praten over hetzelfde; datgene dat hen naar de mediator/coach bracht

oplossingsgericht praten, meer praten over iets anders zal gaan vs. zoals altijd

 

4. klagen over het verleden

doelen stellen over de toekomst

5. klagen over hoe alles hetzelfde is, onveranderlijk en frustrerend

ideeën over hoe ha anders kan zijn, de gedacht toelaten dat er een toekomst

bestaat zonder hetzelfde probleem

6. gevoelens van hopeloosheid

gevoelens van hoop

7. gevoelens

denken

8. dat wat ik niet wil

dat wat ik wil

g. weerstand

openheid

10. onveranderlijkheid

steeds veranderend

 

Gebruik toekomstige focus. Vragen die verandering initiëren. Het is moeilijk iemand te helpen met iets wat ze niet willen. Veel mensen vertellen je wat ze niet willen i.p.v. wat ze wel willen. Wat ze niet willen is vast zitten in hun verleden. Wat ze niet willen is een toekomst met dezelfde problemen dat ze bij een coach/hulpverlener/collega bracht. Een toekomst met hoop en minder problemen is uitnodigender dan een verleden met de bestaande problemen. Oplossinggericht praten (toekomst.) vs probleemgericht praten over verleden.

 

Metacommunicatie

  • We zouden het over de toekomst van jullie organisatie hebben, maar ik zie
    dat jullie elkaar nog steeds verwijten maken. Dit lijkt een vruchtbaar gesprek
    in de weg te staan. Zijn jullie bereid naar mogelijkheden te zoeken om het
    anders te doen?
  • Ik zie dat u nogal heftig reageert, is dat een gebruikelijke reactie van u? Wat
    denkt dat het effect daarvan is op het gesprek (op uw gesprekspartner)?
  • Ik krijg de indruk dat u elkaar nog steeds hoopt te overtuigen. Denkt u dat
    het op deze manier zal lukken? Hoe anders…
  • Ik zie dat u zich erg ongerust maakt over... Lukt het u desondanks om samen
    de feiten op een rijtje te zetten en zaken en personen voorlopig te scheiden?

 

Reflecteren van inhoud, emotie en intentie

  • Ik hoor u zeggen (inhoud)
    Ik zie ook dat het u raakt (emotie)
    En ik krijg de indruk dat u het liever vandaag dan morgen opgelost ziet
    (intentie)

Ik hoor u zeggen dat u allen wilt dat de samenwerking wordt voortgezet,
maar u verschilt van mening over de manier waarop (inhoud)
Ook zie ik hoezeer u er emotioneel bij betrokken bent (emotie)